Wetenswaardigheden De Willibrordus

Bakel. De Sint Willibrordus molen, gebouwd in 1586.

Op een verhoging ten westen van de dorpskom staat de oude molen Sint Willibrordus, vernoemd naar zowel de Bakelse parochie als het Bakelse schuttersgilde. Deze windmolen is gebouwd in de Middeleeuwen in 1586 door de familie Wijffliet ter vervanging van de molen die datzelfde jaar was afgebrand. Het type is een gesloten standerdkorenmolen. Standerdmolens zijn het oudste type windmolens en kwamen in de 12e eeuw voor het eerst voor in West-Europa. De standerdwindmolen verving in grote getale de watermolens die voor de 12e eeuw het alleenrecht hadden. Windmolens leverden vaak meer maalkracht/vermogen dan watermolens. Dit is vooral zo in het Peelland waar grote rivieren of hoogteverschillen schaars zijn. De Middeleeuwse watermolen in Gemert was bij het riviertje De Rips op de Peelrandbreuk gezet om toch nog wat vermogen te krijgen van het hoogteverschil en was daarmee feitelijk de enige plek in de gemeente waar een watermolen kon worden geplaatst. Windmolens maakten dan ook al snel de dienst uit, in de Peel zowel als in Nederland.
De Sint Willibrordus molen  is gedekt met eiken schaliën. Onder de luifel van de kap is een wijzerplaat geschilderd met de wijzerstand half elf. In 1893 is de molen 50 meter naar het westen verplaatst. De molen staat op Achter de Molen in Bakel. zolder geplaatst.
De wieken zijn oudhollands met geklonken, ijzeren roeden. Voor de restauratie van 1969 waren de wieken gestroomlijnd met Van Bussel-neuzen. De 5,30 m lange, houten bovenas heeft een gietijzeren insteekkop van het fabricaat Mercx.

Er is nog maar 1 koppel met 17er (150 cm doorsnee) kunststenen aanwezig. het koppel is maalvaardig en wordt gebruikt al naargelang de behoefte. Het niet meer aanwezige tweede koppel was op een lagere 1e zolder te vinden.

 

Mulders


Een mulder (molenaar) werd vaak in natura betaald. In de Peel werd vooral rogge en boekweit gemalen (naast olie uit lijn- en koolzaad) en van elk vat meel mocht de mulder een vierentwintigste deel houden. Althans, dat was het voorgeschreven maalloon in de Meijerij. De mulder wilde daar nog wel eens mee sjoemelen. Zo richtten de regenten van Bakel zich in 1767 tot de Raad van Staten in het verre Den Haag omdat hun mulder een soort platte schep gebruikte om zijn deel af te meten. Die schep bevatte mogelijkerwijs meer graan dan hem toekwam. Een ander soort schep werd voorgesteld. De mensen konden namelijk niet zomaar naar een andere molen gaan, het dwangrecht gold. De heer van de heerlijkheid Bakel mocht eisen dat het graan op zijn molen werd gemalen. In de Franse tijd, rond 1800, werd het dwangrecht afgeschaft. Dat het niet alleen maar werken met de molen was kun je lezen in het archief. Zo moest de mulder jaarlijks een mud (oude inhoudsmaat) rogge betalen aan het armbestuur. Zo'n zestig jaar geleden is ook nog het verhaal van de Molenheks van Bakel opgetekend.

Het is geen toeval dat deze molen naar het gilde is genoemd. De banden tussen molens en gilden zijn van oudsher sterk, toen trokken de gilden elk jaar tijdens de kermis naar de molen om daar het gaaischieten (vogelschieten) te beoefenen. Het Bakelse gilde had dit recht tot 1953. Daarna is het naar de sportvelden verplaatst vanwege het gevaar van kogels en pijlen voor omwonenden. Het gilde heeft nog twee wapenschildjes waar de molen op is afgebeeld. Veel gildes hadden die, maar er zijn er nog maar weinig van over.

Molen en molenstenen


Er is nog maar 1 koppel met 17er (150 cm doorsnee) kunststenen aanwezig. het koppel is maalvaardig en wordt gebruikt al naargelang de behoefte.  Een gesloten standerdmolen heeft een ondertoren die helemaal dicht is. De molen beschikte vroeger over twee koppel molenstenen maar in de zestiger jaren is de voormolen er uit gehaald. Het gevlucht (wiekenkruis) is 26,60 meter hoog. Onder de luikap is op een zwart veld een vergulde wijzerplaat geschilderd met de wijzers op half 11, het tijdstip waarop in de goede oude tijd - minder jachtig dan onze dagen - het werk voor een glaasje gedistilleerd onderbroken placht te worden. In 1893 is deze molen verplaatst naar de huidige plaats. Daarvoor stond de molen zo'n 50 meter ten oosten ervan. Daar is nu in het veld nog de noordelijke poer van te zien. Achter de molen is een belangrijke archeologische opgraving gedaan.

Met het huidige koppel stenen wordt bij voldoende wind nog gemalen. De molen is open wanneer er de blauwe wimpel of een vlag buiten hangt, maar ook als dat niet zo is en de molen draait bent u welkom.

Technische gegevens De Willibrordus

Functie korenmolen
Inrichting 1 koppel maalstenen
Vlucht: 26,60 m.
Wieksysteem: Oud-Hollands
Binnenroede: 26,60 m., ijzer, geklonken, fabr. Pot Kinderdijk, nr. 1568, bouwjaar 1889
Buitenroede: 26,60 m., ijzer, geklonken, fabr. Pot Kinderdijk, nr. 1563, bouwjaar 1889
As: Hout, gietijzeren insteekkop fabr. Mercx Tilburg, lengte 5,30 m.
Vang:Vlaamse blokvang
Bovenwiel of aswiel: voormolen: 75 kammen, steek 11,8 cm., achtermolen: 75 kammen, steek 11,3 cm.
Overige molen- of aandrijfwielen:Steenschijfloop: 14 staven
Overbrengingsverhoudingen:1:5,4
Kruiwerk: zetelkruiwerk
GPS-coördinaten    51°30,22'N    5°44,15'E  
SpecificatiesMaalstenen: 1 koppel 17er kunststenen
Kammenluiwerk